Angst

 

Vechten of vluchten?

Iedereen kent angst. Gelukkig maar, want zonder angst is het de vraag of je kunt overleven. Angst beschermt je tegen levensbedreigende situaties. Zoals bijvoorbeeld een gevaarlijke verkeersituaties of  het weglopen bij een brand.  Wanneer je fysiek bedreigd wordt dan ontstaat er een oerreactie van het lichaam; het autonome zenuwstelsel wordt in werking gezet;de adrenaline in het bloed wordt verhoogd, het hart gaat sneller kloppen,  de bloeddruk en het bloedsuiker worden verhoogd en er wordt zoveel mogelijk bloed onttrokken aan de inwendige organen om naar hoofd, armen en en benen te stromen. Dit alles met als doel: vechten of vluchten.  

Angst kan ook ontstaan door bedreigingen in de psyche van de mens. Doordat de mens in staat is om te denken kan het situaties inschatten die bedreigend zijn voor het gevoel van eigenwaarde; bang zijn om uitgelachen te worden, bang zijn een onvoldoende te halen of iets niet te kunnen. Bij psychische angsten helpen de primitieve reacties van vechten of vluchten niet meer, maar de inwendige reacties zijn nog wel hetzelfde; het blozen (bloed wordt naar het hoofd gestuwd) of het niet meer logisch kunnen denken (het bloed wordt zoveel mogelijk naar de ledenmaten gepompt).

 

“Normale ontwikkeling”

In de ontwikkeling van een kind is het normaal dat er angsten voorkomen. Zo ervaren hele jonge kinderen angst voor natuurverschijnsel-en zoals storm, bliksem, grote watervlakten etc. Ook ken een ieder de scheidings-en verlatingsangst van kinderen rond 2 tot 4 jaar. In deze leeftijd speelt daarbij het hechtingsproces een rol waardoor angst kan ontstaan als de verzorger niet aanwezig is of het kind verlaat. Er zijn verschillende oorzaken voor deze angsten te noemen. Kinderen in deze leeftijd hebben nog een gebrekkig inzicht in de wereld om hen heen of zijn de taal niet machtig genoeg om bepaalde uitdrukkingen te snappen. Van een opmerking  “hè al die mieren, ze eten ook alles op” kan een meisje van 3 heel bang worden omdat zij zou kunnen denken dat mieren ook haar kunnen opeten… 

Tussen  4 en 8 jaar krijgen kinderen te maken met angsten die samenhangen met hun besef van hun eigen ik ten opzichte van anderen. Ze krijgen steeds meer het besef van eigen kwetsbaarheid. Wilde spelletjes worden soms niet meer gespeeld uit angst zichzelf te beschadigen. Ook ontwikkelt zich het voorstellingsvermogen van kinderen op deze leeftijd. Enge monsters en fantasiefiguren worden bedacht en het lijkt alsof ze zelf daar dan ook weer bang voor worden. Dit hangt waarschijnlijk samen met vage spanningen of gevoelens die kinderen op die leeftijd ervaren en die ze zelf niet door de ontbrekende taal en ervaring kunnen toeschrijven aan situaties of weten waar ze vandaan komen. Ook zijn nachtmerries en slapeloosheid rond 7  jaar in dit verband gewoon.

De angsten die tussen 8 en 12 jaar bij basisschool kinderen voorkomen hebben meestal betrekking op angsten die ontstaan door gedachten. Stel je nu eens voor dat mijn vader een ongeluk krijgt? Stel je nu eens voor dat ze me uitlachen? Stel je voor dat ik het niet kan of haal? Beginnersangst is een voorbeeld van angst in de basisschoolperiode. Kinderen komen in aanraking met steeds nieuwe situaties, krijgen nieuwe taken te leren en moeten voldoen aan allerlei eisen en verwachtingen. Dit brengt onzekerheden met zich mee en door telkens te ervaren wat wel en niet goed lukt, krijgt het kind steeds meer vertrouwen in zichzelf. 

Hoe kinderen deze ‘normale’ angsten verwerken is afhankelijk van wat bij de geboorte is meegekregen, de omgeving waarin het kind opgroeit en hoe het kind leert zelf met deze angsten om te gaan. De omgeving  speelt oa een rol bij het kunnen voorzien van de basisbehoeften; veiligheid, vertrouwen, acceptatie.  Als in deze behoeften wordt voorzien dan is de weg vrij voor het ontwikkelen van zelfvertrouwen en een goed zelfbeeld. 

Naast de normale kinderangsten onderscheidt Praktijk PIO 2 typen angsten. Namelijk angst als trek en angst als toestand. Bij angst als trek is de angst van jongs af aan meegekregen of ontwikkeld en staat het kind in het algemeen angstig in het leven en reageert zodanig ook op situaties. Bij angst als toestand ontstaat angst als gevolg van een (traumatische) ervaring in een bepaalde situatie ontstaan.  Hier heb je het bijvoorbeeld over: angst voor het donker, angst om te gaan slapen, sociale angst, vliegangst, faalangst, angst voor honden etc. Deze angst doet zich dus alleen voor in de betreffende situatie. Bij beide typen angst kan samen met het kind gezocht worden naar oplossingen om te gaan met deze angst.

Als angst een belemmering wordt in de ontwikkeling

Als een kind van boven de 8 jaar structureel last heeft van angst voor spoken of monsters, dan wordt het tijd dat daar iets aan gedaan wordt. Rond deze leeftijd of eerder moeten deze monsters wel verslaan zijn immers. Of als een kind vaak last heeft van nachtmerries en daardoor op 10 jarige leeftijd nog steeds bij de ouders in bed slaapt dan wordt het ook tijd hier iets aan te doen. Wanneer een kind telkens een andere weg neemt naar school en huis omdat het bang is andere kinderen tegen te komen. Dan wordt het tijd in te grijpen. Want kinderen die moeite hebben om te gaan met hun angst(en) worden beperkt in hun ontwikkeling. 

Praktijk PIO kijkt en onderzoekt samen met het kind wanneer de angst wordt ervaren, wat er gebeurt, wat het kind daarmee wilt en hoe het kind daar beter mee kan leren omgaan. Zodanig dat de angst vermindert en/of zelf helemaal verdwijnt.

 

 

 

Een reactie op Angst

  1. Brigitte schreef:

    Zo duidelijk, overzichtelijk en herkenbaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *